Een ritje met de ondergrondse U8 tussen Wedding en Neukölln. De grootstedelijke ellende wordt zichtbaar. Op de Leopoldplatz in het noorden van de vroegere arbeiderswijk rommelen mensen in zelfgemaakte hutjes van tenten, vuile matrassen en huisvuil. Turkse ondernemers bieden tijdens de vrieskou wat humaniteit door warme linzen aan te bieden. Het motto: “Keiner isst alleine” (‘niemand eet alleen’).
Aan het andere einde van de metrolijn lijken de sociale problemen nog groter. Crackjunkies zwermen als halve zombies door de metrostations. In de hippe migrantenwijken Kreuzberg en Neukölln, tussen Kottbusser Tor en Hermannplatz, wemelt het van bedelaars en lieden wier bestaan tussen alcohol en crystal meth laveert.
Velen van hen leven op straat, bij ijskoude temperaturen en gure wind. Zoals Alberto, een boomlange Italiaan uit Milaan: “In Dortmund werkte ik als koerier voor DPD. Maar toen ik mijn baan verloor, kwam ik op straat terecht”, zegt hij onder de spoorbrug, terwijl hij een slok uit een wodkafles neemt. “Waarom ik hier woon? In mijn land krijgen lui zoals ik geen uitkering. Hier kan ik statiegeldflessen verzamelen en krijg geld van toeristen.”
Lees het volledige artikel op de website van duitslandinstituut.nl:




