Een uitkering kan een of meer maanden worden verlaagd als de gemeente vindt dat iemand zich niet aan afspraken houdt. Zo’n strafkorting is bedoeld om mensen in de juiste richting te duwen, maar kan hen ook verder in de geldproblemen brengen.
Vóór de coronacrisis werden jaarlijks in de tien grote gemeenten ruim 6500 strafkortingen opgelegd, maar in coronajaar 2020 halveerde dat aantal. Die mildere aanpak lijkt nu structureel te zijn geworden. Ook in 2024 werden er jaarlijks zo’n 3000 strafkortingen opgelegd.
Er zijn verschillende redenen om de bijstand van iemand te verlagen. In de meeste gevallen heeft het te maken met werk. Mensen doen bijvoorbeeld niet mee aan onderzoeken om passend werk te vinden of solliciteren te weinig. Of ze werken zwart wat bij, terwijl dat niet mag. Volgens de wet moeten gemeenten de bijstand soms ook korten als iemand te snel geld uitgeeft of juist te veel spaart.
Afgelopen jaren legde de overheid meer nadruk op “de menselijke maat” bij de toepassing van de Participatiewet. Die wet werd in 2015 aangenomen met het idee om mensen in de bijstand weer aan het werk te krijgen. Maar nieuw werk vinden blijkt niet voor iedereen goed haalbaar. Denk aan mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking. Of aan mensen die net gescheiden zijn of te maken hebben gehad met huiselijk geweld, een depressie of dakloosheid.
Lees het volledige artikel op de website van de NOS:




