Jongeren die op hun achttiende uitstromen uit de (residentiële) jeugdhulp worden vaker dakloos. Of ze krijgen een verlengde jeugdhulpindicatie, terwijl ze die (dure) zorg eigenlijk niet meer nodig hebben. Afgelopen maand verscheen een aanpakbeschrijving voor gemeenten om deze jongeren beter te begeleiden naar zelfstandigheid.
Nicoline den Ouden, projectleider bij het Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd (OZJ), maakte dit zelf herhaaldelijk mee toen ze nog in de jeugdhulpverlening werkte. Jongeren met wie ze in de voorafgaande jaren keihard aan hun doelen had gewerkt, moesten de jeugdhulpverlening verlaten toen ze achttien werden, terwijl ze geen woonruimte voorhanden hadden. ‘Ik heb zelfs weleens jongeren naar de daklozenopvang gebracht. Of geprobeerd om een woning voor hen te regelen, terwijl ik daarin ook weinig kon betekenen.’
Alle radertjes
De afgelopen jaren werkte Den Ouden samen met haar team, het Platform Sociaal Domein en de gemeenten Rotterdam, Dordrecht, Smallingerland en Eindhoven aan een beproefde aanpakbeschrijving in het kader van de Landelijke Aanpak 16-27. In de publicatie staan alle radertjes waaraan gedraaid moet worden om deze jongeren beter te begeleiden naar zelfstandigheid. Gemeenten die hiermee aan de slag zijn gegaan, geven aan dat jongeren eerder in beeld zijn en dat afspraken over ‘wonen eerst’ helpen om dakloosheid te voorkomen.
Lees het volledige artikel op de website van binnenlandsbestuur.nl:




