Door Jan de Vries, co-directeur Straat Consulaat
Met veel dank aan Dorieke Wewerinke, Sandra Schel en Catelijne Akkermans.
Inleiding: een onderwerp dat steeds meer aandacht krijgt
Geweld tegen vrouwen en dakloosheid onder vrouwen zijn nauw met elkaar verbonden. In Nederland is er terecht steeds meer aandacht voor verschillende vormen van geweld tegen vrouwen, onder andere door de maatschappelijke discussie over femicide. Tegelijkertijd wordt steeds duidelijker dat er meer dakloze vrouwen zijn dan lange tijd werd aangenomen.
In dit artikel gaan we, zonder te pretenderen volledig te zijn, in op een specifieke vorm van geweld tegen vrouwen: partnergeweld. Internationaal onderzoek, verhalen van slachtoffers en betrokken professionals en de groeiende media-aandacht laten zien dat partnergeweld een belangrijke oorzaak is van dakloosheid onder vrouwen.
De centrale vraag is: hoe komt het dat vrouwen in Nederland die slachtoffer zijn van partnergeweld relatief snel dakloos raken, en waarom is het voor hen zo moeilijk om vervolgens weer uit die situatie te komen? Daarbij kijken we ook naar de rol die beleid en wet- en regelgeving spelen.
Partnergeweld: een groot probleem in Nederland
Met partnergeweld bedoelen we “iedere vorm van geweld tussen partners of ex-partners.
Ook een (constante) geweldsdreiging wordt beschouwd als (ex-) partnergeweld. Hierbij gaat het om alle vormen van geweld; fysiek, emotioneel/psychisch, seksueel, financieel of online, en om stalking.” (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport).
In verreweg de meeste gevallen gaat het om geweld van mannen tegen vrouwen. In Nederland krijgt ongeveer één op de vijf vrouwen te maken met partnergeweld.
Het doel van dit artikel is niet om uitgebreid in te gaan op de oorzaken van partnergeweld of op de manier waarop de Nederlandse overheid dit probleem probeert aan te pakken. Wel zijn enkele conclusies uit het recente rapport van Grevio relevant. Grevio is het toezichthoudend orgaan dat toeziet op de naleving van het Verdrag van Istanbul, het verdrag van de Raad van Europa dat gericht is op het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld.
In het rapport dat in 2025 werd gepubliceerd wordt duidelijk dat de Nederlandse overheid nog steeds onvoldoende doet om geweld tegen vrouwen effectief tegen te gaan. Zo zijn er zorgen over het structurele tekort aan opvangplekken voor vrouwen die slachtoffer zijn van geweld, over het gebrek aan passende hulpverlening en over het functioneren van instanties zoals Veilig Thuis. Ook wordt gewezen op het beperkte oog voor de rol van ongelijkheid tussen mannen en vrouwen als oorzaak van geweld.
Deze kritiek hangt samen met een bredere observatie: het zogenoemde genderneutrale beleid van de Nederlandse overheid kan problematisch zijn bij de aanpak van geweld tegen vrouwen. Op dit punt komen we later in het artikel terug. De opmerkingen van Grevio sluiten bovendien aan bij eerdere rapportages en bij kritiek vanuit het maatschappelijk middenveld, onder andere van het College voor de Rechten van de Mens, het Netwerk Vrouwenrechtenverdrag, Valente en Defence for Children.
Dakloosheid onder vrouwen: steeds beter in beeld
Dakloosheid onder vrouwen blijkt groter te zijn dan lange tijd werd aangenomen. De aandacht voor dit onderwerp is de afgelopen jaren dan ook toegenomen, vooral door de ETHOS-tellingen die sinds 2022 in verschillende Nederlandse regio’s zijn uitgevoerd door Hogeschool Utrecht in samenwerking met Kansfonds.
Deze tellingen zijn een reactie op kritiek op de schattingen van het CBS, die sinds 2009 werden gebruikt als standaard voor het monitoren van dakloosheid in Nederland. Het CBS hanteert een relatief beperkte definitie van dakloosheid en baseert zich op administratieve gegevens waarin veel dakloze mensen niet voorkomen, vooral niet veel dakloze vrouwen.
De CBS-cijfers brengen vooral mensen in beeld die in de openbare ruimte verblijven, in noodopvang zitten of tijdelijk bij familie, vrienden of anderen verblijven. Op basis van deze methode werd het aandeel dakloze vrouwen lange tijd geschat op ongeveer 17 tot 18 procent.
De ETHOS-tellingen laten echter een ander beeld zien. Ze maken gebruik van een nieuwe telmethode die is ontwikkeld door de Katholieke Universiteit Leuven en van de bredere ETHOS-Light-definitie van dakloosheid. Deze definitie kijkt verder dan alleen mensen op straat of in opvang. Ook mensen die tijdelijk bij familie, vrienden of kennissen slapen – de zogenoemde bankslapers – worden meegeteld, net als mensen die verblijven in onconventionele woonruimten zoals stacaravans, garages, vakantiehuisjes, antikraakwoningen, auto’s of campers.
Een ander verschil met de CBS-schattingen is dat vrouwen in de vrouwenopvang wel worden meegeteld als dakloos. Daarnaast worden alle mensen meegeteld die zich in een ETHOS-Light-situatie bevinden, inclusief kinderen, mensen die als ‘zelfredzaam’ worden beschouwd en mensen zonder verblijfsstatus.
Ook de manier van tellen verschilt. In plaats van schattingen op basis van datasets gaat het om een daadwerkelijke telling, uitgevoerd door organisaties, overheidsinstellingen, vrijwilligersinitiatieven en andere partijen die zicht hebben op mensen in deze situaties. Dat zijn niet alleen organisaties die zich specifiek met dakloosheid bezighouden, maar bijvoorbeeld ook verloskundigen, woningcorporaties, sociaal werkorganisaties, scholen, kerken en moskeeën.
Uit de tellingen blijkt dat in de regio’s waar inmiddels is geteld – ongeveer 40 procent van de Nederlandse regio’s – gemiddeld ongeveer 30 procent van de getelde dakloze personen vrouw is.
Hoewel dit percentage ongeveer twee keer zo hoog is als de eerdere CBS-schattingen, is het waarschijnlijk nog steeds een onderschatting. Dakloze vrouwen met minderjarige kinderen, bijvoorbeeld, proberen vaak zo veel mogelijk buiten beeld te blijven, onder andere uit angst dat hun kinderen uit huis worden geplaatst.
Dat deze angst niet ongegrond is blijkt uit recent onderzoek van Investico. Daaruit blijkt dat in sommige gemeenten alleenstaande moeders die zich melden bij het gemeentelijke daklozenloket te maken krijgen met dreiging van een melding bij Veilig Thuis en het mogelijk wegnemen van hun kinderen.
Tegelijkertijd zijn er verschillende factoren die wijzen op een mogelijk nog groter aantal dakloze vrouwen. Vrouwen vormen de helft van de bevolking en zijn extra kwetsbaar voor verschillende vormen van geweld, waaronder partnergeweld. Daarnaast speelt economische afhankelijkheid een belangrijke rol bij dakloosheid onder vrouwen. In Nederland is de economische zelfstandigheid van vrouwen relatief laag in vergelijking met andere Europese landen.
Wanneer we deze factoren combineren met de huidige wooncrisis, is het eigenlijk opvallend en zorgwekkend dat in de huidige tellingen ‘slechts’ ongeveer een derde van de dakloze mensen vrouw is.
Over geweld en dakloosheid onder vrouwen
Geweld en dakloosheid onder vrouwen zijn op verschillende manieren met elkaar verbonden. Geweld kan een directe oorzaak zijn van dakloosheid, maar vrouwen kunnen ook juist door hun dakloosheid (opnieuw) slachtoffer worden van geweld. Het is belangrijk om ook bij dat laatste stil te staan.
Iedereen die dakloos is, ervaart onveiligheid. Voor vrouwen is die onveiligheid vaak nog groter dan voor mannen. Vooral het slapen in de openbare ruimte, maar ook in noodopvang, is vaak zo onveilig dat vrouwen proberen andere vormen van onderdak te vinden.
In 2021 schreef Catelijne Akkermans over de relatie tussen geweld tegen vrouwen en dakloosheid. Zij verwees daarbij naar verschillende onderzoeken waaruit blijkt dat vrouwen die dakloos worden vaak met geweld te maken krijgen. Dit betreft echter voornamelijk internationaal onderzoek. Zo laat een studie in Engeland onder mensen die in de openbare ruimte slapen zien dat maar liefst 90 procent van de vrouwen met geweld te maken kreeg.
Meer recent, in 2024, publiceerde Elleke Schreur een onderzoek naar de dakloosheidstrajecten van vrouwen in Den Haag. Voor dit onderzoek sprak zij met verschillende dakloze vrouwen. Veel van hen gaven aan dat zij tijdens hun periode van dakloosheid met geweld te maken hadden gehad.
Vrouwen in een kwetsbare situatie proberen daarom vaak koste wat kost te voorkomen dat zij buiten of in een onveilige opvang moeten slapen. Daarbij lopen zij echter een verhoogd risico om terecht te komen in onveilige of gewelddadige relaties. We horen bijvoorbeeld regelmatig over situaties waarin jonge vrouwen onderdak krijgen in ruil voor seksuele handelingen en vervolgens terechtkomen in netwerken die hen uitbuiten.
Dit gebeurt niet alleen bij alleenstaande vrouwen, maar ook bij alleenstaande moeders. Uit angst om hun kinderen te verliezen proberen zij vaak zo veel mogelijk buiten beeld te blijven.
Daarnaast kan dreigende dakloosheid ertoe leiden dat vrouwen bij een gewelddadige partner blijven of zelfs naar deze partner terugkeren. In Australië werd enkele jaren geleden geschat dat ongeveer 81.000 vrouwen terugkeerden naar een gewelddadige partner vanwege hun dakloze situatie.
Voor Nederland bestaan dergelijke cijfers niet, maar hulpverleners die met deze vrouwen werken geven aan dat dit ook hier voorkomt en mogelijk zelfs steeds vaker.In Nederland is er namelijk een groot tekort aan betaalbare en passende woningen. Ook is de toegang tot opvang vaak beperkt. Er bestaat een structureel tekort aan gespecialiseerde opvang voor slachtoffers van geweld. Tegelijkertijd is de maatschappelijke opvang voor dakloze mensen vaak niet toegankelijk voor vrouwen en bovendien niet altijd veilig voor hen.
Voor de volledigheid is het belangrijk te benadrukken dat terugkeer naar een gewelddadige partner niet uitsluitend wordt veroorzaakt door dreigende dakloosheid. Ook andere factoren spelen een rol, zoals trauma’s uit de jeugd. Passende zorg op het juiste moment kan helpen om dergelijke cycli van geweld – soms zelfs over generaties heen – te doorbreken. In dit artikel gaan we daar verder niet op in.
Tot slot blijkt uit onderzoek dat ook een scheiding zonder geweld kan leiden tot dakloosheid. Dat geldt met name voor vrouwen. In zulke situaties zijn het vaak vrouwen die de woning moeten verlaten, al dan niet samen met hun kinderen. Zij zijn dan meestal aangewezen op hun eigen netwerk voor tijdelijk onderdak. Door de wooncrisis en een gebrek aan financiële middelen wordt deze afhankelijkheid nog groter, waardoor vrouwen extra kwetsbaar worden voor verschillende vormen van geweld.
Wat weten we over partnergeweld als oorzaak van dakloosheid?
Ook wanneer we kijken naar partnergeweld als directe oorzaak van dakloosheid is er onderzoek beschikbaar, al betreft het opnieuw vooral internationaal onderzoek. Een grootschalige studie in Australië liet zien dat 42 procent van de vrouwen die gebruik maakten van gespecialiseerde dakloosheidsdiensten aangaf dat zij geweld in de thuissituatie waren ontvlucht.
In het eerder genoemde onderzoek in Engeland gaf ongeveer de helft van de vrouwen aan dat partnergeweld de oorzaak was van hun dakloosheid. Uit het eerder aangehaalde onderzoek onder dakloze vrouwen in Den Haag blijkt dat meer dan een derde van de vrouwen aangaf dat partnergeweld de directe aanleiding was voor hun dakloosheid.
Deze onderzoeken hebben echter een belangrijke beperking. Ze richten zich uitsluitend op vrouwen die buiten slapen of verblijven in opvang voor dakloze mensen, terwijl we weten dat het merendeel van de dakloze vrouwen zich in andere vormen van dakloosheid bevindt.
Tegelijkertijd moeten we constateren dat onderzoek naar de oorzaken van dakloosheid onder vrouwen in Nederland nog altijd beperkt is. Dat is een conclusie die Catelijne Akkermans in haar artikelen uit 2021 ook al naar voren bracht.
De ETHOS-tellingen geven wel enig aanvullend inzicht. Tijdens deze tellingen wordt aan professionals die contact hebben met dakloze mensen gevraagd naar de aanleiding van hun dakloosheid. Deze vraag is niet verplicht en kan bovendien op verschillende manieren worden geïnterpreteerd. Toch leveren de antwoorden waardevolle aanwijzingen op. Nadat inmiddels in ongeveer 40 procent van de Nederlandse regio’s tellingen zijn uitgevoerd, blijkt dat onder de vrouwen die zijn geteld – en waarvoor deze vraag is beantwoord – een scheiding en/of partnergeweld de belangrijkste aanleiding vormt voor het verlies van woonzekerheid.
Een systeem dat vrouwen dakloos maakt en houdt?
Door de ETHOS-tellingen, door casussen die bijvoorbeeld bij het Straat Consulaat naar voren komen en door verhalen in de media, zoals de podcastserie ‘Waar slaap je?’, krijgen we langzaam meer zicht op de relatie tussen geweld tegen vrouwen en dakloosheid.
Deze bronnen geven aanwijzingen dat er een duidelijk verband bestaat tussen partnergeweld en dakloosheid onder vrouwen. Tegelijkertijd laten zij zien waar het in de praktijk misgaat. Met andere woorden: hoe het kan gebeuren dat een vrouw die slachtoffer is van partnergeweld uiteindelijk terechtkomt in de meest extreme vorm van onveiligheid, namelijk dakloosheid. Niet veilig thuis, maar onveilig op straat.
Waarschijnlijk gaat het hier niet om incidentele situaties. De verschillende voorbeelden die inmiddels bekend zijn, wijzen eerder op structurele problemen. Uit veel van deze casussen blijkt dat systemen niet alleen tekortschieten in het beschermen van vrouwen tegen geweld en dakloosheid, maar soms zelfs bijdragen aan een traject waarin een slachtoffer van geweld uiteindelijk dakloos wordt. Bovendien maken dezelfde systemen het vaak moeilijker om weer uit dakloosheid te komen.
Een voorbeeld van zo’n systeemfout werd onlangs zichtbaar in een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam. Een vrouw had te maken met partnergeweld en kreeg van Veilig Thuis het advies om haar woning te verlaten en tijdelijk bij mensen uit haar sociale netwerk te verblijven. Vanuit die situatie vroeg zij urgentie aan voor een sociale huurwoning. Die aanvraag werd echter afgewezen. De rechtbank kon uiteindelijk niet anders concluderen dan dat deze afwijzing juridisch correct was. Volgens de huisvestingsverordening krijgen vrouwen die slachtoffer zijn van partnergeweld wel urgentie, maar alleen wanneer zij nog in hun eigen woning verblijven of in de vrouwenopvang.Naar aanleiding van deze uitspraak zijn inmiddels vragen gesteld door de Rotterdamse VVD. Ook in andere gemeenten met vergelijkbare huisvestingsverordeningen, zoals Den Haag, is hierover bezorgdheid ontstaan. In Den Haag hebben PvdA, GroenLinks en de VVD hierover vragen gesteld.
Een voorbeeld uit de podcastserie ‘Waar Slaap Je?’ betreft Carmen (gefingeerde naam) in aflevering 4. Zij moest vluchten voor extreem partnergeweld, verbleef in de vrouwenopvang en kreeg, in overleg met de hulpverlening, toestemming om naar het buitenland te reizen om haar oma te bezoeken. Bij terugkomst was haar plek in de opvang toegewezen aan iemand anders. Ze werd beschouwd als iemand met een te laag risico om in aanmerking te komen voor een nieuwe plek, want haar ex had haar niet meer lastiggevallen (omdat ze in het buitenland zat). Ze ging naar een andere opvang, maar daar werd ze geweigerd, omdat ze te hoog risico zou zijn en het onveilig zou zijn voor andere bewoonsters. Ze gaat terug in eigen netwerk en is, voor haar eigen veiligheid, gedwongen te verblijven buiten haar eigen gemeente. Daar wordt ze niet geholpen, omdat ze daar niet ingeschreven staat.
Ook in onze praktijk zien we dit terug. In situaties waarin het geweld uitsluitend binnen de woning plaatsvindt, lijkt de screening regelmatig te leiden tot code groen. Dat gebeurt zelfs wanneer een cliënt zich juist bij het Daklozenloket meldt om aan een gewelddadige thuissituatie te ontsnappen. Wanneer de screening leidt tot code groen, vervalt partnergeweld als reden voor toegang tot een voorziening onder de Wet maatschappelijke ondersteuning. Vervolgens wordt de reguliere toets toegepast om te bepalen of iemand toegang krijgt tot opvang voor dakloze mensen. In die beoordeling worden vrouwen vaak als te zelfredzaam gezien om voor opvang in aanmerking te komen. Daarbij speelt ook mee dat het formeel nog hebben van een eigen woning een rol kan spelen in deze beoordeling.
Een meer algemeen probleem lijkt te zijn dat vrouwen die vanwege geweld eerst – noodgedwongen – proberen onderdak te vinden in een instabiel en vaak onveilig sociaal netwerk, later anders worden beoordeeld wanneer zij zich uiteindelijk als dakloos melden bij het betreffende loket. Op dat moment worden zij niet langer gezien of beoordeeld als slachtoffer van geweld, maar volgens de logica van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning als dakloos. Vanuit die redenering wordt vervolgens gekeken of de betreffende vrouw recht heeft op opvang. In de praktijk komt het geregeld voor dat vrouwen dan als zelfredzaam worden beoordeeld en weer worden terugverwezen naar hun sociale netwerk. De oorspronkelijke oorzaak van hun dakloosheid wordt in deze procedure grotendeels buiten beschouwing gelaten. Bij alleenstaande moeders met kinderen speelt bovendien mee dat een vader formeel nog een gezaghebbende ouder kan zijn. In zulke gevallen wordt soms zelfs gesuggereerd dat kinderen ook – zonder hun moeder – bij hun vader zouden kunnen verblijven.
De zogenoemde zelfredzaamheidstoets in de Wmo zorgt in bredere zin voor grote problemen voor dakloze vrouwen, waaronder alleenstaande moeders met kinderen. De systematiek van de Wmo schrijft namelijk voor dat mensen pas toegang krijgen tot opvang wanneer zij worden beschouwd als “niet zelfredzaam”. In de beoordeling van zelfredzaamheid wordt onder andere gekeken naar de aanwezigheid van een sociaal netwerk. Wanneer zo’n netwerk aanwezig is, wordt de hulpvrager doorgaans als zelfredzaam beschouwd. Ook in Den Haag worden geen cijfers bijgehouden over het aantal afwijzingen voor ondersteuning vanwege zelfredzaamheid. Uit onze eigen praktijk blijkt echter dat dit een belangrijke reden is waarom vrouwen geen ondersteuning of opvang krijgen. Door de grote druk op de opvangvoorzieningen lijkt deze toets bovendien steeds strenger te worden toegepast. Het aangepaste beleid rond toegang tot de opvang voor gezinnen vormt daarvan een concrete beleidsmatige uitwerking. Vrouwen, met en zonder kinderen, hebben doorgaans toegang tot een groter sociaal netwerk dan mannen. Tegelijkertijd is dat sociale netwerk, zoals eerder aangegeven, ook vaker een bron van onveiligheid en geweld.
Oorzaken van blinde vlekken en weeffouten
Veel van deze problemen hangen samen met het feit dat partnergeweld en dakloosheid in beleid en systemen vaak als twee gescheiden domeinen worden behandeld. Voordat de ETHOS-tellingen werden uitgevoerd, werden vrouwen in de vrouwenopvang bijvoorbeeld niet eens meegenomen in de officiële cijfers over dakloosheid.
Deze scheiding tussen beleidsterreinen betekent dat problemen vaak niet integraal worden bekeken. Ook het woonbeleid staat grotendeels los van het beleid rond geweld en dakloosheid. Daardoor ontstaat een complex geheel van regels, procedures en voorwaarden die niet altijd op elkaar aansluiten en elkaar zelfs tegen spreken.
Een meer algemeen probleem is dat veel Nederlands beleid en actieplannen, bijvoorbeeld op de terreinen van geweld, dakloosheid en wonen, zogenaamd ‘genderneutraal’ geformuleerd zijn. Grevio gaf al eerder kritiek hierop als het ging om beleid omtrent geweld. De genderneutrale benadering zorgt ervoor dat de oorzaken en consequenties die specifiek zijn aan geweld tegen vrouwen buiten beeld blijven. Bovendien doet dit, in het geval van partnergeweld, geen recht aan het feit dat dit vooral vrouwen treft.
We zien dit ook in het woonbeleid. De eerder aangehaalde uitspraak van de Rechtbank Rotterdam laat zien dat in de totstandkoming van de huisvestingsverordening kennelijk geen rekening is gehouden met de specifieke positie van vrouwen die geweldssituaties ontsnappen. Op dit moment wordt de Wet Regie op de Volkshuisvesting besproken in de Kamer. Een belangrijk onderdeel daarvan is de regeling verplichte urgentiecategorieën, waarbij wettelijk, via een ministeriële regeling, wordt geregeld wie onder welke voorwaarden urgentie krijgt. Kijken we naar de uitsluitingscriteria, onder andere voor dakloze gezinnen, dan zien we opnieuw dezelfde fouten. Ook daar wordt bijvoorbeeld een tijdelijke plek in een onzelfstandige ruimte (bijvoorbeeld in het sociaal netwerk) gezien als een reden om dakloze mensen uit te sluiten van urgentie.
Dit probleem is misschien nog wel groter voor wat betreft het dakloosheidsbeleid. Op dakloosheid rust een stereotype beeld. Het gaat om de onverzorgde man van middelbare leeftijd met psychische problemen en verslaving die de meeste tijd in de buitenruimte door brengt. Vandaar ook dat dakloosheidsbeleid tot 2022 was gericht op de maatschappelijke opvang (en beschermd wonen). Vandaar ook dat voorzieningen voor dakloze mensen onder de Wet Maatschappelijke Ondersteuning vooral toegankelijk zijn voor “niet zelfredzame” mensen. Niet zelfredzaam is dan grotendeels te reduceren tot mensen met (ernstige) psychische problemen en/of verslavingsproblematiek.
Hoewel het huidige beleid op papier meer oog zou moeten hebben voor vrouwen, moeten we constateren dat het woord “vrouw” niet een keer voor komt in het Nationaal Actieplan Dakloosheid, noch in het Haagse beleidskader. De vraag of het beleid dan passend is voor dakloze vrouwen en aansluit bij de oorzaken en gevolgen van dakloosheid onder deze groep laat zich daarmee in feite al beantwoorden.
En nu?
Wanneer voorbeelden zoals deze worden besproken, blijkt vaak dat veel vrouwen zich in deze verhalen herkennen. De makers van de podcastserie *Waar slaap je?* kregen bijvoorbeeld veel reacties van vrouwen die aangaven dat de verhalen ook hun eigen ervaringen weerspiegelden. Toch rust er nog steeds een groot taboe op het delen van verhalen over partnergeweld en dakloosheid. Dat taboe moet worden doorbroken.
Na de publicatie van de resultaten van de ETHOS-tellingen is er – terecht – veel verontwaardiging ontstaan over het hoge percentage dakloze vrouwen in Nederland, vaak ook met kinderen. Tegelijkertijd is er ook bereidheid om in actie te komen. Dat zien we zowel op lokaal als op nationaal niveau. De meest concrete maatregelen tegen dakloosheid op nationaal niveau richten zich momenteel op de positie van moeders met kinderen, ofwel “gezinnen”. Of deze maatregelen daadwerkelijk het gewenste effect zullen hebben, en bijvoorbeeld ook vrouwen die slachtoffer zijn van geweld zullen helpen, is echter zeer de vraag. Zoals eerder genoemd hebben we in dat verband grote zorgen over de uitbreiding van de verplichte urgentiecategorieën binnen de Wet Versterking Regie op de Volkshuisvesting.
Als we dakloosheid onder vrouwen werkelijk willen voorkomen, moet het systeem zo worden ingericht dat vrouwen zo snel mogelijk hulp krijgen en toegang krijgen tot duurzame en veilige huisvesting. Uiteraard vraagt dit om een structurele aanpak van de onderliggende oorzaken die eerder in dit artikel al zijn genoemd: een effectieve aanpak van partnergeweld, inclusief passende zorg – met aandacht voor trauma – voor slachtoffers; versterking van de financiële positie van vrouwen; en meer passende en betaalbare huisvesting. Dit zijn belangrijke doelstellingen voor de lange termijn.
Tegelijkertijd zijn er op kortere termijn al stappen mogelijk om te voorkomen dat partnergeweld onvermijdelijk leidt tot dakloosheid en tot een uitzichtloze situatie waar vrouwen nauwelijks nog uit kunnen komen. Het kan namelijk veel sneller. Neem bijvoorbeeld de eerder besproken casus uit Rotterdam. Hopelijk leiden de raadsvragen die in verschillende steden zijn gesteld tot aanpassing van huisvestingsverordeningen. In feite zouden alle huisvestingsverordeningen systematisch moeten worden doorgelicht op dit soort vrouwvijandige bepalingen. Hetzelfde geldt op nationaal niveau voor de regeling rond verplichte urgentie: ook die zou kritisch moeten worden nagekeken om evidente weeffouten te verwijderen en herhaling van situaties zoals in de Rotterdamse casus te voorkomen.
In de route van partnergeweld naar dakloosheid zijn waarschijnlijk nog veel meer van dit soort fouten in het systeem te vinden – of beter gezegd: in de verschillende systemen die hier een rol spelen. Om die fouten zichtbaar te maken hebben we veel meer casuïstiek en verhalen nodig, waaruit we deze structurele weeffouten kunnen destilleren. Dat moet meer inzicht geven in de wisselwerking tussen partnergeweld en dakloosheid onder vrouwen. Tegelijkertijd kan het helpen om antwoord te geven op belangrijke vragen: hoe kan het dat vrouwen die slachtoffer zijn van partnergeweld – met en zonder kinderen – überhaupt dakloos kunnen raken als gevolg van dat geweld? En hoe kan het vervolgens dat zij zo moeilijk weer uit die situatie kunnen komen?
We hopen daarom binnenkort met een breed gedragen initiatief te komen om deze verhalen op te halen. Met dat initiatief willen we ook het bewustzijn, de kennis en de actiebereidheid bij politici en beleidsmakers vergroten, zodat zij binnen hun eigen beleidsterreinen breder kijken en nagaan waar zij daadwerkelijk verschil kunnen maken. Mocht je naar aanleiding van dit artikel vragen hebben of iets willen delen, dan kan dat via jan@straatconsulaat.nl of belinda@straatconsulaat.nl.
Lees ook:
Inspraak Nota Woningvoorraad: “3 maanden tijdelijk werd 2 jaar wachten”
Vanochtend, sprak onze collega Pleun Usman in bij de gemeenteraad over de nota woningvoorraad. Namens de jongeren die zij dagelijks spreekt, vroeg zij aandacht voor betaalbare huisvesting voor dakloze jongeren. Hieronder haar volledige inspreektekst. Hieronder lees...
De overheid moet voorkomen dat jongeren schulden opbouwen
Over de Schuldenfabriek en hoe schulden leiden tot dakloosheid Uit de ETHOS-telling in Den Haag blijkt dat 40% van alle dakloze mensen jonger is dan 28 jaar. Het hebben van schulden is een belangrijke route naar dakloosheid. Als er niet genoeg geld is om de rekeningen...
Ervaringskennis als fundament: onze rol in het onderzoek Passende Huisvesting
Wonen Eerst: iedereen zegt het, maar wat is het precies? Het Nationaal Actieplan Dakloosheid is helder: wonen is de basis om uit dakloosheid te komen. Wonen Eerst. Maar wat houdt dat dan in? Waar moet het aan voldoen? De zes leidende principes uit het actieplan bieden...




