Crack is een derivaat van cocaïne dat wordt gemaakt door coke op te lossen in ammoniak. Alle rotzooi waarmee straatcoke is versneden, lost op en een kristalletje pure coke komt bovendrijven. Dit wordt uiteindelijk in een glazen pijpje gerookt. De verbranding geeft een knisperend geluid, vandaar de naam crack. In tegenstelling tot cocaïne, dat in ‘grampakjes’ (in de praktijk 0,7 gram versneden spul) van 50 euro wordt verkocht, is crack beschikbaar in kleine gebruikersporties van 5 euro, een marketingstrategie speciaal gericht op arme paupers.
Dure verslaving
Het massagebruik van crack door de onderklasse is relatief recent in de Lage Landen. Amerika echter zag eind jaren 80 en jaren 90 al een crackepidemie die vooral in de zwarte gemeenschap een desastreuze uitwerking had. Ik woonde in die tijd vijf maanden in een ondergrondse kolonie van daklozen in Manhattan, een antropologisch onderzoeksproject dat resulteerde in mijn boek Tunnel People. Van de vijftig tunnelmensen gebruikte de overgrote meerderheid crack, evenals vrijwel alle daklozen die in de buurt, de sjieke Upper West Side, foerageerden. Mijn gids in de tunnel was Bernard Isaacs, een rasta van in de veertig die zichzelf als ‘recreatief crackroker’ omschreef. Hij was in feite de enige die zijn gebruik redelijk onder controle had: overdag raapte hij blikken als kostwinning, na een dag hard werken rookte hij graag voor het slapen gaan een pijpje of twee. De andere daklozen in de tunnel verloren alle controle en gleden snel af.
Lees het volledige artikel op de website van wyniasweek.nl:




