Dat onder meer D66 pleit voor een kleiner aandeel sociale huurwoningen in Amsterdam is opmerkelijk, stellen stadsgeografen Wouter van Gent en Cody Hochstenbach in dit opiniestuk. ‘Zonder hulp van ouders is het heel moeilijk een woning te vinden.’
Tijdens de afgelopen verkiezingscampagne stond wonen weer volop in de aandacht. De vraag naar wonen in Amsterdam blijft immers onverminderd hoog. Een koopwoning kost inmiddels gemiddeld ruim zes ton en de wachttijd voor een sociale huurwoning bedraagt gemiddeld tien jaar.
Het publieke debat richt zich echter vooral op de terugloop van het aantal particuliere huurwoningen. Vastgoedbeleggers en andere marktpartijen luiden al tijden de noodklok: woningverhuur wordt onrendabel als gevolg van landelijk en gemeentelijk beleid. Het gaat dan onder meer om de Wet betaalbare huur, ingevoerd door toenmalig woonminister Hugo de Jonge (CDA). Deze wet moest de huurprijzen in het middensegment reguleren, maar voorzag tegelijkertijd dat er meer koopwoningen voor starters beschikbaar zouden komen.
Nu verwachte rendementen verdampen, zien we inderdaad dat particuliere beleggers hun verhuurvastgoed in de verkoop gooien. De particuliere huurwoning wordt (in veel gevallen opnieuw) een koopwoning.
Lees het volledige artikel op de website van het Parool:




