Seminar voorafgaand aan de Oratie van prof. dr. Karin de Vries
Woensdag 13 mei 2026, 12:30-15:15
Universiteit Utrecht, Johanna Hudiggebouw
Alex Brenninkmeijer zaal (1.27), Kromme Nieuwegracht 47E, Utrecht
Grondrechten gelden, in de democratische rechtsstaat, als check op de macht van de meerderheid en als waarborg voor de vrijheid en gelijkheid van een ieder. De aantrekkingskracht en overtuigingskracht van grondrechten hangen samen met het idee dat zij er niet zijn om de belangen van een bepaalde groep of klasse te beschermen, zij zijn universeel. Sinds de opkomst van het grondrechtendenken in de tijd van de Verlichting hebben grondrechten bijgedragen aan de emancipatie van achterstelde groepen, waaronder religieuze minderheden, vrouwen, arbeiders en de LHBTIQ+ gemeenschap.
Tegelijkertijd wijzen critici erop dat grondrechtenbescherming niet steeds gelijk verdeeld is en dat, zowel bij de interpretatie van grondrechten als bij de invulling van institutionele waarborgen, de belangen van sommige groepen structureel over het hoofd worden gezien. Zo bestaat er in Nederland nog altijd geen grondrecht op abortus, ontbreken effectieve waarborgen tegen structurele discriminatie en institutioneel racisme en is er geen uitgewerkt begrip van intersectionaliteit, waarmee recht kan worden gedaan aan de complexe en multidimensionale vormen van ongelijkheid waarmee bijvoorbeeld moslima’s en ongedocumenteerde migranten te maken hebben. De recente discussie over constitutionele toetsing laat bovendien zien dat sociale grondrechten nog altijd minder bescherming krijgen dan de traditionele vrijheidsrechten.
Download het PDF bestand via de onderstaande link voor de volledige tekst:





