Meer dan 7.200 mensen in de regio Den Haag hebben geen thuis. De meesten van hen zie je niet op straat. Ze slapen bij vrienden of familie, in auto’s, in tijdelijke onderkomens of op plekken waar niemand ze ziet.
In 2023 sprak de gemeente Den Haag uit dat dakloosheid vóór 2030 moet verdwijnen. Met de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2026 komt dat doel snel dichterbij. De komende raadsperiode wordt beslissend.
Op deze pagina lees je wat er volgens ons nodig is om dakloosheid in Den Haag echt aan te pakken. Ook laten we zien in hoeverre dakloosheid in de lokale partijprogramma’s staat. Allemaal zodat jij straks goed geïnformeerd je eigen keuze kunt maken.
Wonen Eerst, meer woonruimte, urgentie voor álle daklozen, een plan voor jongere daklozen en meer inzetten op preventie.
In de traditionele aanpak tegen dakloosheid moeten mensen eerst ‘stabiel’ worden voordat ze in aanmerking komen voor een woning. Maar hoe word je stabiel zonder stabiliteit?
De aanpak Wonen Eerst (Housing First) draait dit om. Mensen krijgen zo snel mogelijk een zelfstandige woning met een regulier huurcontract. Vanuit die veilige basis kan ondersteuning worden geboden, als iemand dat wil. Niet als voorwaarde, maar als hulp.
Wij pleiten ervoor dat Wonen Eerst echt wordt uitgevoerd in Den Haag: mensen krijgen zo snel mogelijk een zelfstandige woning, en ondersteuning is beschikbaar waar nodig, op maat en met ruimte voor eigen regie.
De kern van het probleem van dakloosheid is simpel: mensen hebben geen thuis. Zonder stabiele woonplek wordt alles ingewikkelder. Werk vinden of behouden is moeilijk, herstel kost meer tijd en stress stapelt zich op.
Toch wordt dakloosheid nog vaak uitsluitend benaderd als zorg- of veiligheidsvraagstuk. Dan verschuift de aandacht naar begeleiding, handhaving of tijdelijke opvangplekken. Maar een woonprobleem vraagt in de eerste plaats om woningen.
Dat betekent dat de aanpak van dakloosheid onder Wonen moet vallen en dat woonbeleid leidend moet zijn in de oplossing. Er moeten simpelweg meer betaalbare woningen bijkomen. Ook waar (veel) zorg en ondersteuning nodig is, weten we dat dit pas echt landt in een eigen thuis!
Dat kan op twee manieren. Ten eerste door bestaande ruimte slimmer te benutten, bijvoorbeeld door woningdelen, samenwonen, splitsen en optoppen mogelijk te maken en leegstaande panden om te zetten naar woonruimte. Ten tweede door nieuwbouw, met een fors aandeel sociale huur, verspreid over de hele stad.
Zonder voldoende betaalbare huurwoningen blijft dakloosheid een terugkerend probleem.
Wie in Den Haag een sociale huurwoning zoekt, moet vaak jarenlang wachten. Voor iemand zonder vaste woonplek is dat geen reële optie. Toch krijgen niet alle dakloze mensen automatisch voorrang bij woningtoewijzing.
Een eerlijk systeem erkent dat ook mensen die tijdelijk bij anderen slapen of van plek naar plek verhuizen dakloos zijn. Urgentie mag niet afhankelijk zijn van het eerst doorlopen van een opvangtraject.
Als we dakloosheid willen terugdringen, moeten mensen zonder adequate huisvesting sneller toegang krijgen tot een woning.
In Den Haag is 40% van de dakloze mensen jonger dan 28 jaar (waarvan 25% tussen de 18 en 27 jaar). Jongeren raken dakloos na uitstroom uit jeugdzorg, bij schulden, door conflicten thuis of simpelweg omdat betaalbare woonruimte voor hen ontbreekt.
Voor deze grote groep is een gerichte aanpak nodig. Er is een specifiek huisvestingsplan nodig, met aandacht voor begeleiding rond het 18e levensjaar en financiële bestaanszekerheid. Jongeren moeten perspectief krijgen voordat problemen zich opstapelen.
Wie jongerendakloosheid serieus neemt, voorkomt langdurige problemen op latere leeftijd.
Dakloosheid begint zelden plotseling. Nog ver voordat er bijvoorbeeld een huisuitzetting dreigt. Vaak gaat er een periode aan vooraf met schulden, huurachterstanden, relatie- en familieproblemen of het wegvallen van ondersteuning.
Er moet zeker nog meer worden gedaan om huisuitzettingen te voorkomen en ervoor te zorgen dat mensen hun woning behouden. Daarnaast kunnen problemen nog vroeger worden gesignaleerd. Van daaruit kan eerder hulp worden geboden. Deze vroege signalering en ondersteuning vraagt om samenwerking tussen onder andere scholen, wijkteams, schuldhulpverlening en woningcorporaties. Het is ook heel erg belangrijk dat iedereen die zich meldt bij de gemeente met ondersteuningsvragen daadwerkelijk wordt geholpen. Nu worden mensen te vaak weggestuurd of van loket naar loket gestuurd.
Investeren in preventie is niet alleen menselijker, maar ook effectiever dan wachten tot iemand in de opvang, of in andere schrijnende situaties van dakloosheid, belandt.
De gemeenteraadsverkiezingen van 2026 bepalen welke koers Den Haag kiest in de aanpak van dakloosheid.
Wij hebben de verkiezingsprogramma’s naast elkaar gelegd. Hieronder lees je per partij in hoeverre ze onze standpunten hebben meegenomen in hun programma.
Het CDA vindt dat iedereen recht heeft op een fatsoenlijk huis. De partij wil dat dakloosheid in 2030 verdwenen is, zoals afgesproken in het landelijke actieplan.
Volgens het CDA kan dakloosheid worden voorkomen door de woningmarkt beter te laten doorstromen. Dat betekent dat mensen makkelijker kunnen verhuizen naar een woning die beter bij hen past, zodat er woningen vrijkomen voor anderen. Ook wil het CDA meer zogeheten doorstroomlocaties voor kwetsbare mensen: tijdelijke woonplekken als stap tussen opvang en een eigen woning.
Daarnaast vraagt het CDA extra aandacht voor dakloze vrouwen.
Het CDA wil meer betaalbare woningen bouwen, maar noemt geen concreet aantal of percentage. Bestaande gebouwen moeten beter worden benut en leegstaande panden moeten worden omgebouwd tot woningen. Ook wil de partij meer tijdelijke woningen mogelijk maken. Verder verwacht het CDA dat er woningen vrijkomen doordat ouderen kleiner gaan wonen.
Bij het toewijzen van sociale huurwoningen wil het CDA voorrang geven aan mensen die sociaal en economisch geworteld zijn in hun eigen stadsdeel. Daarbij noemt de partij specifiek jongeren die noodgedwongen thuis wonen en gescheiden ouders die dakloos dreigen te raken.
Tot slot wil het CDA eerder hulp bieden bij schulden en armoede, zodat mensen hun woning niet verliezen.
De ChristenUnie-SGP wil dat dakloosheid in 2030 is opgelost. Volgens de partij moet de aanpak beginnen met een eigen woning. Zij kiezen voor het principe Wonen Eerst. Dat betekent dat iemand zo snel mogelijk een gewone huurwoning krijgt, en dat hulp daarna wordt aangeboden. Dit moet gelden voor iedereen zonder stabiele woonplek. Dus niet alleen voor mensen die op straat slapen, maar ook voor mensen die in opvang zitten, tijdelijk bij anderen slapen of geen veilig thuis hebben.
Dakloze mensen moeten voorrang krijgen bij het toewijzen van woningen. De ChristenUnie-SGP wil dat deze voorrang officieel wordt vastgelegd in afspraken met woningcorporaties.
Bij nieuwbouw moet minimaal 30% van de woningen sociale huur zijn. Het aantal convenantwoningen — dat zijn woningen die via speciale afspraken beschikbaar worden gesteld aan mensen die extra begeleiding nodig hebben — moet worden verdubbeld. Ook wil de partij afspraken maken met andere gemeenten in de regio, zodat mensen die uit de opvang komen ook buiten Den Haag een plek kunnen vinden.
Een gewoon huurcontract moet de standaard zijn. Leegstaande panden moeten worden aangepakt. De gemeente moet zelf actiever panden aankopen om kleine woonprojecten voor dakloze mensen mogelijk te maken.
Voor mensen die door hun gedrag niet in een gewone woonwijk kunnen wonen, wil de ChristenUnie-SGP speciale woonplekken realiseren, zoals de zogeheten Skaeve Huse: eenvoudige, afgezonderde woningen met begeleiding.
De partij wil sterk inzetten op het voorkomen van dakloosheid. Schulden en armoede moeten eerder worden aangepakt. Op middelbare scholen en mbo’s moet een cursus komen over omgaan met geld voor jongeren die bijna 18 worden. Ook wil de partij dat jongeren begeleiding krijgen in de jaren na hun 18e verjaardag, bijvoorbeeld op hun 19e en 20e. Verlengde jeugdhulp moet ruimhartig worden toegekend.
De opvang Perspectywa — de Haagse opvang voor arbeidsmigranten zonder woonplek — moet blijven bestaan. Daarnaast wil de partij extra opvang voor arbeidsmigranten met meerdere problemen tegelijk.
Tot slot wil de ChristenUnie-SGP de eis van regiobinding afschaffen. Dat is de regel dat iemand moet aantonen dat hij of zij binding heeft met Den Haag om recht te hebben op opvang. Ook moeten er meer veilige opvangplekken komen voor mensen met verslavingsproblemen of psychische klachten.
DENK vindt dat niemand op straat terecht mag komen. Het voorkomen van dak- en thuisloosheid is voor de partij een belangrijk uitgangspunt.
Om dat te bereiken wil DENK meer betaalbare woningen bouwen. Bij nieuwbouw moet 40% sociale huur zijn. Starters en gezinnen uit de regio krijgen voorrang bij het toewijzen van woningen. Ook moet de doorstroming op de woningmarkt beter, zodat mensen makkelijker kunnen verhuizen en er woningen vrijkomen voor anderen.
Daarnaast wil DENK tijdelijke woonplekken mogelijk maken voor studenten en mensen die met spoed een woning nodig hebben. Voor arbeidsmigranten moeten er twee nieuwe woonlocaties komen.
De partij wil ook optreden tegen speculatie en discriminatie op de woningmarkt. Verder pleit DENK voor meer woonvormen naar Weens model: dat betekent dat de gemeente een sterkere rol speelt in het bouwen en betaalbaar houden van woningen. Ook moet er meer bescherming komen tegen hoge huren.
Naast wonen richt DENK zich op armoede en schulden. Problemen moeten eerder worden gesignaleerd, zodat hulp op tijd kan starten. Problematische schulden moeten actief worden aangepakt en de schuldhulpverlening moet meer capaciteit krijgen.
Ook wil de partij de Soepbus uitbreiden, voedselbanken en schoolmaaltijden ondersteunen en de regelingen voor mensen met een laag inkomen verruimen.
D66 noemt wonen een mensenrecht. Dakloosheid is volgens de partij geen zorgprobleem, maar in de eerste plaats een woonprobleem. Daarom wil D66 een duidelijke omslag maken naar het principe Wonen Eerst.
Bij nieuwbouw wil D66 verschillend omgaan met wijken. In buurten waar weinig sociale huur is, moet minimaal 30% van de nieuwe woningen sociale huur zijn. In wijken waar al veel sociale huur staat, moet dat minimaal 20% zijn.
Leegstaande gebouwen moeten worden aangepakt en waar mogelijk worden omgebouwd tot woningen.
Voor dakloze arbeidsmigranten wil D66 tijdelijke opvang regelen, met begeleiding naar werk of terugkeer naar het land van herkomst. Ook wil de partij de opvang en aanpak verbeteren voor mensen met onbegrepen gedrag. Daarvoor moet een gezamenlijk meldpunt komen waar signalen sneller worden opgepakt.
D66 wil jongeren beter begeleiden bij de overgang van 18- naar 18+. Hulp mag niet automatisch stoppen bij 18 jaar, maar pas als een jongere echt zelfstandig verder kan.
Bij uitkeringen en schuldhulpverlening moet de menselijke maat terugkomen. Mensen moeten meer vertrouwen krijgen en minder te maken hebben met bureaucratie. Iedereen met een uitkering of in de schuldhulp krijgt een vast contactpersoon. De kwijtschelding van gemeentelijke belastingen voor mensen met een laag inkomen moet worden verruimd.
Schuldhulpverlening moet toegankelijker worden, met minder regels. Budgetbeheer moet gratis beschikbaar zijn voor mensen die dat nodig hebben, om schulden te voorkomen. Schulden moeten eerder worden gesignaleerd via betere samenwerking en gegevensuitwisseling.
Tot slot wil D66 investeren in financiële kennis bij jongeren, met aandacht voor risico’s zoals crypto en gokken. Ook wil de partij een proef starten waarbij mensen in de bijstand een extra bedrag krijgen zonder voorwaarden, naar voorbeeld van de gemeente Tilburg.
GroenLinks-PvdA vindt dat iedereen recht heeft op een huis. Dakloosheid moet in 2030 verdwenen zijn. Volgens de partij is dakloosheid in de eerste plaats een woonprobleem, geen zorgprobleem. Daarom geldt: eerst een huis, daarna hulp.
Dak- en thuisloze mensen moeten voorrang krijgen bij het vinden van een woning. Dat geldt ook voor jongeren die uit de jeugdzorg komen. Er moeten voldoende woningen worden gereserveerd voor deze groepen, onder andere via convenantwoningen: woningen die speciaal beschikbaar worden gesteld voor mensen die extra begeleiding nodig hebben.
De partij ziet het oplossen van dakloosheid als een regionale verantwoordelijkheid. Buurgemeenten moeten volgens hen eerlijk meedoen en ook woonplekken beschikbaar stellen.
Bij nieuwbouw moet minstens 50% sociale huur zijn. Sociale huurwoningen mogen niet worden verkocht. Daarnaast wil GroenLinks-PvdA een fonds van 150 miljoen euro oprichten om leegstaande panden en grond aan te kopen voor woningbouw. Er moeten meer betaalbare woningen komen voor jongeren en studenten, eventueel met gedeelde voorzieningen.
GroenLinks-PvdA wil sterk inzetten op het voorkomen van dakloosheid. Daarbij kijken zij naar wat zij de ‘big five’ noemen: steun vanuit een netwerk, een stabiele woonplek, school of werk, voldoende inkomen en welzijn. Het Jongeren Perspectief Fonds moet worden versterkt, zodat jongeren met schulden sneller een nieuwe start kunnen maken.
De partij wil onderzoeken of het Bouwdepot kan worden ingezet. Dat betekent dat kwetsbare jongeren een jaar lang een vast bedrag per maand krijgen, zodat zij aan hun toekomst kunnen werken zonder directe geldstress.
Het besteedbaar inkomen van mensen in armoede moet omhoog, bijvoorbeeld via een vrij te besteden bedrag op de Ooievaarspas of via initiatieven zoals Gewoon Geld geven. Ook steunt de partij sociale initiatieven die mensen direct helpen, zoals de Voedselbank en de Participatiekeuken.
Huisuitzettingen moeten zoveel mogelijk worden voorkomen, bijvoorbeeld bij schulden of na een scheiding. Er moet noodhuisvesting beschikbaar zijn voor mensen die hun woning verliezen. Problemen moeten eerder worden gesignaleerd, ook op scholen. GGZ, maatschappelijke opvang, woningcorporaties en sociale diensten moeten nauwer samenwerken, onder regie van de gemeente.
Dakloze mensen mogen niet langer worden beboet voor buitenslapen; die boete moet verdwijnen. Daarnaast wil GroenLinks-PvdA (voormalig) dakloze mensen actief betrekken bij het maken van beleid en het stigma rond dakloosheid tegengaan.
De Haagse Stadspartij vindt dat dakloosheid in de eerste plaats een woonprobleem is. Daarom moet de wethouder Wonen hierover gaan, en niet alleen zorg of handhaving. Het uitgangspunt is simpel: eerst een huis, daarna hulp.
Wonen is volgens de partij een recht. Het mag geen manier zijn om winst te maken. Mensen die buiten slapen mogen daarvoor geen boete krijgen.
Iedereen zonder stabiele en veilige woonplek moet voorrang krijgen op een woning. Dat geldt niet alleen voor mensen die op straat slapen, maar ook voor mensen die tijdelijk bij anderen op de bank slapen of in een onveilige situatie zitten. Die voorrang moet officieel worden vastgelegd in afspraken met woningcorporaties en in de regels van de gemeente.
Bij bouwprojecten met meer dan 20 woningen moet minstens de helft sociale huur zijn. Een deel daarvan moet beschikbaar komen voor dak- en thuisloze mensen.
De gemeente moet volgens de Haagse Stadspartij zelf meer doen om woningen te regelen. Er moet een gemeentelijk woningbedrijf komen dat woningen bouwt en leegstand aanpakt. Panden die leegstaan moeten niet zomaar leeg mogen blijven. De gemeente moet een boete kunnen opleggen bij langdurige leegstand en leegstaande gebouwen kunnen opkopen om er woningen van te maken. Partijen die leegstand “beheren” moeten aan duidelijke regels voldoen.
Grote woningen moeten weer makkelijker gesplitst kunnen worden in meerdere woningen. Het kraakverbod moet niet actief worden gehandhaafd.
Arbeidsmigranten hebben recht op fatsoenlijke huisvesting en bescherming. Zij mogen niet zonder hulp op straat worden gezet.
Er moet een apart plan komen voor studentenwoningen en voor jongerenwoningen.
Voor mensen die door hun gedrag niet in een gewone woonwijk kunnen wonen, wil de partij andere woonplekken mogelijk maken, zoals Skaeve Huse.
Wooncorporaties en maatschappelijke organisaties moeten onder bepaalde voorwaarden huizen kunnen kopen, ook als er opkoopbescherming geldt. De regels voor het verhuren van kamers in woningen moeten soepeler worden.
Een normaal huurcontract moet weer de standaard zijn. Geen tijdelijke of ingewikkelde huurconstructies meer via tussenpartijen.
Huisuitzettingen moeten zoveel mogelijk worden voorkomen. Schulden moeten menselijk en grondig worden aangepakt. De experimenten waarbij de gemeente schulden van mensen overneemt, moeten doorgaan. Er moet extra personeel komen voor schuldhulpverlening.
De partij wil voedselinitiatieven en organisaties zoals STEK en het Rode Kruis blijven steunen. De Ooievaarspas moet ook beschikbaar worden voor mensen zonder verblijfsvergunning.
Er moet altijd dag- en nachtopvang beschikbaar zijn voor iedereen die dat nodig heeft. Daarbij moet extra aandacht zijn voor jongeren, vrouwen en LHBTIQ+ mensen. Ook arbeidsmigranten moeten terechtkunnen voor hulp en opvang.
Tot slot vindt de Haagse Stadspartij dat dakloze mensen zelf moeten kunnen meepraten over het beleid dat over hen gaat.
Hart voor Den Haag vindt dat niemand op straat zou moeten slapen.
De partij vindt dat opvang vooral moet helpen om mensen weer aan werk en aan een woning te krijgen. Daarbij geldt: Haagse daklozen gaan voor. Mensen van buiten de stad moeten hier geen opvang krijgen.
Overlast door mensen die buiten slapen moet worden aangepakt.
Hart voor Den Haag kiest niet voor het principe Wonen Eerst. De partij noemt ook niet dat dakloze mensen voorrang moeten krijgen op een woning.
Bij woningbouw wil de partij meer koopwoningen en meer middeldure huur. Gemiddeld moet ongeveer 30% van de nieuwbouwwoningen sociale huur zijn, maar dat kan per gebied verschillen. Sociale huurwoningen mogen worden verkocht.
Leegstaande gebouwen moeten worden omgebouwd tot woningen. Als panden bewust lang leeg blijven staan, moeten daar hoge boetes voor komen. De gemeente moet actief optreden tegen leegstand.
Dakloze arbeidsmigranten die in parken of bossen verblijven en overlast veroorzaken, en migranten zonder verblijfsvergunning, moeten worden teruggeleid naar hun land van herkomst.
Op middelbare scholen wil de partij voorlichting geven over omgaan met geld. Problemen moeten vroeg worden aangepakt, zodat ze niet groter worden.
De Partij voor de Dieren vindt dat wonen een basisrecht is. Niemand mag gedwongen buiten slapen, en mensen die buiten slapen mogen daarvoor geen boete krijgen.
Iedereen die dakloos is, moet gratis opvang kunnen krijgen. Het uitgangspunt is: eerst hulp en begeleiding, niet straffen. De partij wil stoppen met het gebruik van de zogenoemde zelfredzaamheidsmatrix. Dat is een systeem waarmee wordt beoordeeld of iemand “zelfredzaam genoeg” is om hulp te krijgen.
Bij nieuwbouw moet 40% van de woningen sociale huur zijn.
De partij wil dat leegstaande panden sneller worden aangepakt. Er moet een leegstandsverordening komen, ook voor lege bedrijfspanden. De gemeente moet actief panden en grond opkopen om er betaalbare woningen van te maken, ook speciaal voor dak- en thuisloze mensen.
De gemeente moet projecten volgens het principe Wonen Eerst extra ondersteunen.
Het moet ook makkelijker worden om een urgentieverklaring te krijgen voor een sociale huurwoning. Dat geldt niet alleen voor mensen op straat, maar ook voor mensen die noodgedwongen bij anderen inwonen, in een auto slapen of in een onveilige woonsituatie zitten.
Arbeidsmigranten moeten goede en veilige huisvesting krijgen. Als zij hun baan verliezen en daardoor hun woning kwijtraken, moet er opvang zijn. De gemeente moet strenger optreden tegen slechte of malafide verhuurders. De opvang moet worden uitgebreid, zodat niemand buiten hoeft te slapen.
Huisuitzettingen vanwege huurachterstand moeten worden verboden.
De partij wil extra inzetten op het voorkomen van schulden bij jongeren. Armoede moet worden bestreden met goede schuldhulp, met aandacht voor preventie. De voedselbank en weggeefwinkels moeten worden ondersteund. Gemeentelijke regelingen voor mensen met een laag inkomen moeten worden uitgebreid.
De SP zegt duidelijk: dakloosheid los je op met woningen. Niet met meer opvang, maar met betaalbare huizen.
Iedereen die volgens de brede Europese definitie dakloos is — dus ook mensen die tijdelijk bij anderen slapen of geen veilig thuis hebben — moet voorrang krijgen op een woning. Er moeten meer jongerenwoningen komen, zonder extra voorwaarden.
Boetes voor buitenslapen moeten uit de regels van de gemeente worden geschrapt. Wie een briefadres nodig heeft om bijvoorbeeld een uitkering aan te vragen, moet dat binnen drie dagen kunnen krijgen. Ook moet er onafhankelijke hulp komen voor iedereen die zijn woning dreigt te verliezen of al dakloos is.
De SP wil één duidelijk loket waar mensen terechtkunnen als ze dakloos dreigen te worden of al dakloos zijn. Er moet terughoudend worden omgegaan met het beoordelen of iemand “zelfredzaam genoeg” is voor hulp.
Bij nieuwbouw moet 50% van de woningen sociale huur zijn. De SP wil met woningcorporaties afspraken maken over het bevriezen van huren en het verlagen van sociale huren. Sociale huurwoningen mogen niet meer worden verkocht.
De gemeente moet zelf woningen bouwen via een gemeentelijk woningbedrijf. Ook moeten er met andere gemeenten afspraken worden gemaakt, zodat de opvang en huisvesting van dak- en thuisloze mensen eerlijk wordt verdeeld over de regio.
De bestaande woningvoorraad moet beter worden benut. Grote woningen moeten makkelijker kunnen worden gesplitst. Leegstand moet strenger worden aangepakt. Wonen boven winkels moet worden gestimuleerd. Er moet een rem komen op nieuwe hotels. Ook moet het makkelijker worden om een kamer te verhuren aan iemand in huis (hospitaverhuur).
Voor mensen die uit beschermd of begeleid wonen komen, moeten er meer convenantwoningen beschikbaar zijn: woningen met begeleiding op de achtergrond.
De SP wil de financiële zekerheid van mensen vergroten. Dat kan via betere sociale voorzieningen voor mensen die niet rondkomen, via het Bouwdepot voor jongeren (een periode met vaste financiële steun), via soepelere regels bij uitkeringen en via een bredere aanpak van schulden. Dak- en thuisloze mensen moeten gratis met het openbaar vervoer kunnen reizen.
Volt wil dat dakloosheid in 2030 is verdwenen in Den Haag. De partij vindt dat dakloosheid onder het onderwerp Wonen moet vallen, niet alleen onder zorg of handhaving.
Om mensen sneller uit de opvang te helpen, wil Volt meer sociale huurwoningen en meer betaalbare middenhuur bouwen. Bij nieuwbouw moet minimaal 40% sociale huur zijn en nog eens 40% betaalbare middenhuur of koop. De gemeente moet hiervoor een woonfonds oprichten om betaalbare en duurzame woningen mogelijk te maken.
Ook de bestaande woningen moeten beter worden benut. Het moet makkelijker worden om woningen op te toppen (een extra verdieping erop), woningen te splitsen of samen te delen. Leegstand moet actief worden aangepakt, onder andere met een leegstandsheffing.
Volt wil een proef starten met Housing First, naar voorbeeld van steden als Helsinki en Lyon. Dat betekent dat mensen direct een eigen woning krijgen, met intensieve en langdurige begeleiding, zonder eerst aan allerlei voorwaarden te hoeven voldoen.
Om dakloosheid te voorkomen, wil Volt problemen eerder signaleren. Op scholen moet beter worden gekeken naar kinderen en jongeren die hulp nodig hebben, zodat ondersteuning op tijd kan worden ingezet.
Mensen die hun huis dreigen te verliezen, moeten gratis juridische hulp kunnen krijgen.
Volt wil de zogeheten ETHOS Light telling structureel uitvoeren. Dat is een manier om breder in beeld te brengen hoeveel mensen geen stabiele woonplek hebben, dus ook mensen die tijdelijk bij anderen slapen of geen veilig thuis hebben.
De partij wil één duidelijk loket in de stad — het Haags Sociaal Huis, naar voorbeeld van de Belgische stad Mechelen — waar mensen terechtkunnen voor sociale voorzieningen, zorg, onderwijs en hulp bij dakloosheid.
Tot slot wil Volt de financiële bestaanszekerheid vergroten, bijvoorbeeld door regels voor uitkeringen te versoepelen en het Bouwdepot voor jongeren in te zetten. Door armoede en schulden samenhangend aan te pakken, wil de partij voorkomen dat mensen hun woning verliezen en dakloos raken.
De VVD vindt dat iedereen recht heeft op een dak boven het hoofd. Tegelijk zegt de partij dat slapen in tenten of in het groen niet moet worden toegestaan. Overlast moet worden aangepakt.
De VVD wil inzetten op tijdelijke opvang met begeleiding. Dakloze mensen moeten worden geregistreerd, zodat beter in beeld is om wie het gaat en welke hulp nodig is.
Voor mensen met de zwaarste problemen wil de VVD speciale woonplekken realiseren, zoals Skaeve Huse: eenvoudige woningen op een rustige plek, met begeleiding.
De partij wil in totaal 20.000 nieuwe woningen bouwen. Daarbij kiest de VVD voor minder sociale huur en meer koopwoningen en middeldure huur. Werkenden moeten voorrang krijgen bij sociale huurwoningen. Huurders moeten de mogelijkheid krijgen om hun sociale huurwoning te kopen. De VVD wil meer sociale woningbouw in de regio, voor de mensen die nu naar Den Haag gedwongen worden.
Het omzetten van kantoren naar woningen voor particulieren wordt vergunningsvrij. En de partij pleit voor optoppen en aanpak van langdurige leegstand van commercieel vastgoed. Ook wordt het splitsen van woningen toegestaan in wijken waar de gemiddelde woningwaarde boven de NHG grens is.
Dakloze arbeidsmigranten moeten worden begeleid naar werk, zorg of terugkeer naar hun land van herkomst.
De VVD noemt het principe Wonen Eerst niet. Ook wordt er geen voorrang voorgesteld voor dakloze mensen bij het toewijzen van woningen.
Voor mensen die dak- of thuisloos zijn, bestaan er vaak praktische én systemische belemmeringen. Denk aan het ontbreken van een geldig identiteitsbewijs of een briefadres, terwijl die nodig zijn om te kunnen stemmen. Daarnaast spelen andere drempels een rol: wantrouwen richting de overheid, negatieve ervaringen met instanties, of simpelweg de realiteit van dagelijks overleven. Wie bezig is met het regelen van een slaapplek, inkomen of hulp, heeft niet altijd de ruimte of energie om zich te verdiepen in verkiezingen.
In aanloop naar de verkiezingen ondersteunen we mensen daar al bij alles wat bij het stemmen komt kijken: informatie over hoe stemmen werkt, hulp bij vragen over briefadres of documenten en ruimte om in gesprek te gaan over wat er op het spel staat. Zo maken we democratische deelname toegankelijker voor mensen die te vaak buitengesloten worden.
Op 11 maart, tussen 14.00 uur en 16.00 uur kun je bij Straat Bakkie ook proefstemmen. Dan wordt uitgelegd wat er met jouw stem gebeurt, en kun je ervaren hoe stemmen werkt. Hiervoor heb je nog geen stempas of ID nodig.